Hoog tijd om het internet-duopolie te breken
De internettarieven blijven torenhoog. Het bijna-duopolie van Belgacom en Telenet biedt de Vlaamse surfer, bijna 20 jaar na de liberalisering van de telecom, geen echte keuze. Belgacom en Telenet kunnen doen waar elk bedrijf van droomt: klanten winnen zonder prijzenoorlog. Op het World Congress on Information Technology gisteren en eergisteren laakte Europees commissaris Neelie Kroes het schrijnende gebrek aan concurrentie in de telecomsector. Daardoor lopen we op het vlak van technologie steeds meer achter op verschillende Aziatische landen en de Verenigde Staten.
Neelie Kroes heeft gelijk, en België is helaas een van de slechtste leerlingen van de klas. Als ik door Europa of de VS reis, valt het me steeds op hoe goedkoop het internet in het buitenland is. Het is hemeltergend te zien hoe prijzen voor een onmisbaar consumptiegoed daar gemakkelijk 30 procent lager liggen dan bij ons.
Door een schrijnend gebrek aan concurrentie kunnen Belgacom en Telenet doen waar elk bedrijf van droomt: klanten winnen zonder in een prijzenoorlog te treden. Kan de overheid daar iets aan doen? Ja.
Eerst de feiten: het internet is in ons land belachelijk duur. Voor mijn internetabonnement met digitale televisie ben ik ongeveer 50 euro per maand kwijt. In Nederland betaal je daar bij UPC 42 euro voor, terwijl je bij Sky in Engeland of Orange in Frankrijk een gelijkaardige aanbieding al kan krijgen voor nog geen 35 euro. Dat betekent dat onze zuiderburen 180 euro per jaar goedkoper surfen dan wij.
INTERNETMUSEUM
Bovendien bestaat er voor de meest gangbare producten hier nog steeds zoiets als een down- loadlimiet. In andere landen zijn die al lang in het internetmuseum gezet, ergens tussen de dial-up modem en altavista.com. Niet zo bij ons. Eén Youtube-filmpje te veel, en je wordt genadeloos naar snelheden uit de internetoertijd gekatapulteerd. Tenzij je bijbetaalt, uiteraard.
Hoe komt het dat de tarieven bij ons zo hoog zijn? We zijn nu bijna twintig jaar na de liberalisering van de telecommarkt, en nog steeds is er een schrijnend gebrek aan concurrentie. In Vlaanderen vormen Belgacom en Telenet zowat een duopolie. Beide giganten verkiezen de koek vrolijk onder elkaar te verdelen in plaats van een prijzenoorlog te ontketenen.
KLANTEN
Dat lukt ze nog ongestraft ook: zowel Belgacom als Telenet zag zijn klantenaantal het afgelopen jaar sterk groeien. Kleinere concurrenten op de internetmarkt, zoals Dommel of EDPnet, bieden vaak scherpere prijzen maar hebben nog geen 6 procent van de markt in handen.
Het is alsof wij als consument alleen nog maar zouden gaan winkelen bij Delhaize of Carrefour, terwijl Colruyt en Lidl leeglopen.
Aha! Het is dus gewoon onze eigen schuld. Als we wat minder dol zouden zijn op Telenet en Belgacom en massaal zouden overlopen naar de kleine operatoren zou het snel gedaan zijn met die hoge prijzen, toch?
PAKKET
Helaas is het niet zo simpel. Mensen kopen vandaag graag internet met digitale televisie en telefonie in één pakket, de zogenaamde tripleplay- producten. Dat is heel wat eenvoudiger dan elke maand drie verschillende facturen te ontvangen. En wie zijn de enige internetoperatoren die in staat zijn om digitale televisie te leveren? Juist ja. Belgacom en de kabeloperatoren kunnen rustig de markt voor digitale tv innemen en het succes daarvan gebruiken om klanten te verhinderen internet te nemen bij de kleintjes, ook al zouden ze daar goedkoper af zijn.
De consument heeft dus geen echte keuze. Nu geen TINA meer, zoals tijdens het oude staatsmonopolie, maar wel TINCA: There Is No Cheap Alternative.
KABEL
Bovendien is er voor kleine spelers op de markt geen mogelijkheid om internet aan te bieden via de kabel. Om producten te leveren aan de eindklant, zijn ze met handen en voeten gebonden aan Belgacom, dat veel te hoge huurtarieven vraagt om gebruik te maken van het netwerk en vaak een slechtere netwerkservice biedt aan niet-Belgacom-klanten.
Het opengooien van de kabel zou kleinere operatoren de keuze geven welk netwerk het best geschikt is voor het aanbieden van hun internetproducten. Dat is essentieel voor het stimuleren van de eerlijke concurrentie. Toen het staatsmonopolie van de BRT verdween, werden nieuwe zenders toch ook niet verplicht enkel uit te zenden via de etherantenne?
Kan en moet de overheid optreden? Jazeker. De federale telecomregulator moet keiharde maatregelen nemen om een level playing field te scheppen op de internetmarkt, waarin eerlijke concurrentie mogelijk is. Bijna twintig jaar na het opheffen van het staatsmonopolie moeten de nieuwe marktbelemmeringen dringend uit de weg geruimd worden om zo het huidige duopolie te doorbreken.
DENEMARKEN
Gooi de kabel open en zorg ervoor dat iedere marktspeler in staat is te investeren in digitale televisie. Dat is in Denemarken ook gebeurd. Zo kunnen andere operatoren een deel van het netwerk van Telenet huren, waardoor ze internet kunnen aanbieden aan eindklanten.
Alleen zo kan er echte concurrentie komen en zal de consument eindelijk kunnen surfen tegen tarieven vergelijkbaar met die in het buitenland. Eens dat doel bereikt is, kan de overheid het strijdtoneel definitief verlaten.
Hopelijk hebben we over enkele jaren dan ook geen TINA of TINCA meer op de telecommarkt, maar wel TINI: There Is No Intervention.

Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze opinie uit eigen naam.




